Hoe kunnen we helpen?

25-jaarstermijn van de kortingsregeling van de 30% regeling leidt niet tot verboden discriminatie

Bron: Conclusie advocaat-generaal, Hoge Raad 29 september 2015

X heeft de Nederlandse nationaliteit en heeft de eerste 26 jaar van zijn leven (1966-1992) in Nederland gewoond. Daarna woonde hij in het Verenigd Koninkrijk (1992-1995) en in de Verenigde Staten (1995-juni 2012). Van februari tot augustus 2012 was X werkzaam voor een in Noorwegen gevestigd concern, terwijl hij formeel in dienst was van een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde dochteronderneming van dit concern. In deze periode bracht X zijn werkdagen afwisselend in Engeland en Noorwegen door. In juli 2012 werd X benoemd tot bestuurder van een nieuw opgerichte (Nederlandse) holding van het concern. In verband met deze benoeming is hij in juni 2012 met zijn gezin (terug) naar Nederland verhuisd.

De belastinginspecteur heeft de toepassing van de 30%-regeling afgewezen op grond van de kortingsregeling van artikel 10ef van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Op grond van deze kortingsregeling krijgt iemand die al gedurende een bepaalde periode in Nederland werkzaam was of verbleef, bij terugkeer naar en tewerkstelling in Nederland een korting op de maximale looptijd van de 30%-beschikking voor de duur van deze eerdere periode, voor zover deze periode niet meer dan 25 jaar voor de nieuwe tewerkstelling in Nederland is geëindigd. In het onderhavige geval zou dit betekenen dat de maximale looptijd van de 30% ruling van 8 jaar (sinds 2019 is de maximale looptijd 5 jaar) wordt verminderd met de periode van eerder verblijf in Nederland van 26 jaar (aangezien hij binnen 25 jaar na zijn vertrek uit Nederland in 1992 naar Nederland is teruggekeerd), waardoor er geen resterende looptijd van de 30% ruling overblijft.

De kortingsregeling maakt dus een onderscheid tussen personen die al dan niet reeds vóór hun verblijf in het buitenland in Nederland woonachtig waren.

Deze procedure handelt over de verenigbaarheid van de 25-jaarstermijn van de kortingsregeling van artikel 10ef Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 met de verboden discriminatie in verschillende verdragen. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de afwijzing van de toepassing van het 30%-arrest vanwege het gebruik van de kortingsregeling geen verboden discriminatie is, dan wel wordt gerechtvaardigd door objectieve redenen.

X heeft sprongcollege cassatie ingesteld bij de Hoge Raad (en het Hoger Gerechtshof overgeslagen), maar volgens advocaat-generaal Niessen is het cassatieberoep ongegrond. Volgens de advocaat-generaal is er geen sprake van een door het gemeenschapsrecht verboden verschil in behandeling en evenmin van strijdigheid met de discriminatieverboden van artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR.

Vorige De afstandseis van 150 km in de 30% regeling leidt volgens de advocaat-generaal niet tot een duidelijke overcompensatie
Volgende Voortzetting van de 30% regeling is in strijd met de eis van drie maanden

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Expatax helpt met:

Recente berichten